Leiderschap

heeft misschien wel een wat beladen klank, maar moet toch gezien worden als positief bedoeld. Om uw pup tot een evenwichtige en in balans zijnde hond uit te laten groeien, is het belangrijk dat u voor de hond zijn toeverlaat en steunpilaar wordt.

Dit laatste doet u niet door de hond kost wat kost tot gehoorzaamheid te dwingen. Op een goede hondenschool, waar positieve training hoog in het vaandel staat, krijgt u de handvatten aangereikt om de pup die soort begeleiding te geven, die zowel bij de pup/hond maar ook bij u past. Dit houdt in dat de soort begeleiding altijd toegespitst dient te zijn op de combinantie “baas-hond” en dat betekent dat een bepaalde manier van aanleren bij de ene combinatie wel werkt maar bij een andere combinatie juist niet.

Een goede leider:

  • Werkt eraan om het vertrouwen van zijn pup/hond te krijgen en staat ervoor open om zijn vertrouwen aan zijn pup/hond te geven.
  • Zorgt ervoor dat er een goede samenwerking en goede band met de pup/hond ontstaat.
    Dwingt hem nooit om dingen te doen en legt hem nooit zijn wil op.
  • Is consequent in het stellen van regels en grenzen: nee of ja blijf in dezelfde omstandigheden altijd nee of ja.
  • Laat zijn een pup zijn en later als volwassen hond een hond zijn en behandelt hem niet als een mens.
  • Handelt altijd vanuit het oogpunt van de hond en niet naar menselijke maatstaven.
    Voldoet aan de behoeften van zijn pup/hond.
  • Zorgt ervoor dat zijn pup/hond zich altijd veilig kan voelen.
  • Kijkt goed naar zijn pup/hond als wezen en houdt zijn manier, tempo en (soort van) aanleg van aanleren in de gaten.

In samenhang met het voorgaande

is het belangrijk om regels en grenzen vast te stellen waaraan het gehele gezin zich heeft te houden; dit om te voorkomen dat een en ander in verkeerde banen gaat lopen. De hond weet dan niet meer waar hij aan toe is en kan op den duur gedragsproblemen vertonen. Juist door het stellen van grenzen en regels is er een houvast voor mens en dier en maakt een en ander duidelijker.